← Alle artikelen

TenneT en het hoogspanningsnet uitgelegd

27 maart 2026

TenneT en het hoogspanningsnet uitgelegd

Als je hoort over problemen met het stroomnet, gaat het gesprek al snel over Liander, Enexis of Stedin. Maar de stroom die jouw huis bereikt, begint zijn reis op een heel andere plek: het hoogspanningsnet van TenneT. Dat net is de ruggengraat van de Nederlandse elektriciteitsvoorziening, en zonder begrip van hoe dat werkt, snap je ook de oorzaken van netcongestie niet volledig.

TenneT: transporteur, geen distributeur

TenneT is de transmissiesysteembeheerder van Nederland. Dat klinkt technisch, maar het onderscheid is simpel: TenneT transporteert stroom over grote afstanden op extreem hoge spanning. Liander, Enexis en Stedin distribueren die stroom vervolgens naar huizen en bedrijven op lagere spanningsniveaus. TenneT komt dus niet bij jou aan de deur als je een aansluiting aanvraagt; dat doet je regionale netbeheerder.

TenneT is actief in Nederland en Duitsland. In Nederland transporteert het bedrijf dagelijks elektriciteit naar zo'n 18 miljoen mensen, via ongeveer 25.000 kilometer aan hoogspanningsverbindingen en honderden hoogspanningsstations. Het bedrijf is in handen van de Nederlandse staat, via het ministerie van Financiën.

380 kV, 220 kV en 110 kV: wat is het verschil?

Het hoogspanningsnet bestaat uit meerdere spanningsniveaus, en elk niveau heeft zijn eigen functie. Vergelijk het met het wegennet: de 380 kV-verbindingen zijn de snelwegen, de 220 kV en 150 kV zijn de provinciale wegen, en de 110 kV-lijnen zijn de opritten naar het regionale net.

380 kV is de hoogste spanning die TenneT in Nederland gebruikt. Dit zijn de zogeheten "stroomsnelwegen": de dikste kabels, de hoogste masten, de langste verbindingen. Centrales, grote windparken op zee en de interconnectoren met buurlanden (België, Duitsland, Noorwegen via de NorNed-kabel) zijn hierop aangesloten. 380 kV-verbindingen lopen vrijwel altijd bovengronds, omdat kabels op dit voltage technisch en economisch moeilijk ondergronds te leggen zijn.

220 kV is het tweede niveau van het landelijke koppelnet. Samen met 380 kV vormt het de backbone waarmee regio's met elkaar verbonden zijn. Als een grote centrale uitvalt, zorgt dit net ervoor dat stroom van elders kan worden aangetrokken. TenneT publiceert live gegevens over de belasting van alle 380 kV en 220 kV componenten op haar transparantiepagina.

110 kV en 150 kV bevinden zich in een grijs gebied: TenneT beheert een deel van deze verbindingen, maar in sommige regio's doen de regionale netbeheerders dat zelf. Bij nieuwe 110 kV en 150 kV-verbindingen kiest TenneT tegenwoordig steeds vaker voor ondergrondse kabels, omdat de spanningsniveaus lager zijn en de afstanden korter.

Hoe werkt de koppeling met het regionale net?

De verbinding tussen het hoogspanningsnet van TenneT en de regionale netten van Liander, Enexis en Stedin loopt via transformatorstations. Op zo'n station zet een grote transformator de spanning omlaag: van 380 of 220 kV naar 110 of 150 kV (nog steeds hoogspanning) of direct naar 50 kV of lager (middenspanning, het domein van de regionale netbeheerder).

Die transformatorstations zijn een cruciaal knelpunt bij netcongestie. Als een station al op zijn maximale vermogen draait, kan het geen extra stroom meer doorlaten, ook al is er genoeg transportcapaciteit elders op het net beschikbaar. Dat is precies waarom netcongestie zo lokaal kan zijn: twee bedrijven op twee kilometer afstand kunnen in een totaal andere congestiestatus zitten, afhankelijk van welk transformatorstation ze voeden.

Op de netcongestiekaart zie je welke voedingsgebieden vol zijn. Een voedingsgebied is het gebied dat door één of meerdere TenneT-stations en regionale transformatorstations wordt gevoed.

Uitbreiding: waarom duurt dat zo lang?

TenneT heeft in de afgelopen jaren meerdere grote uitbreidingsprojecten aangekondigd. De komende tien jaar bouwt TenneT 400 kilometer nieuwe bovengrondse verbindingen en worden ruim 600 kilometer bestaande verbindingen verzwaard, zodat die zo'n 30% meer stroom kunnen transporteren. Daarvoor sloot TenneT al contracten.

Toch gaat uitbreiding langzaam. De procedures voor een nieuwe hoogspanningslijn of een nieuw station duren gemiddeld 10 tot 15 jaar, inclusief inspraak, vergunningverlening en bouw. Een nieuw 380 kV-station zoals het station Haarrijn bij Utrecht (verwacht in gebruik in 2031) neemt al ruim vijf jaar in beslag na de vergunningsaanvraag. Dat terwijl de vraag naar transportcapaciteit nu al het aanbod overtreft.

TenneT zelf heeft ook te maken met krapte op de arbeidsmarkt voor elektrotechnici en met lange levertijden voor grote transformatoren. In mei 2026 werden vijf megatransformatoren geplaatst op het grootste hoogspanningsstation van Nederland, een project dat meerdere jaren in voorbereiding was.

TenneT en netcongestie: het hogere niveau

Netcongestie speelt op twee niveaus. Het meest zichtbare niveau is bij de regionale netbeheerders: de laag- en middenspanningsstations zijn overbelast in woonwijken met veel zonnepanelen, of in industriegebieden met grote stroomvraag. Maar er is ook congestie op het hoogspanningsnet zelf: transportschaarste bij TenneT.

Bij transportschaarste kan TenneT niet alle transportaanvragen van grootverbruikers (zeer grote aansluitingen) honoreren. Vanaf 1 januari 2026 geldt een aangepast prioriteringskader van de ACM voor alle netbeheerders. Congestieverzachters, veiligheid (zoals defensie en politie) en basisbehoeften (zoals zorg, onderwijs en woningbouw) krijgen voorrang op de wachtlijst. Per 1 juli 2026 stopt bovendien de capaciteitsreservering voor kleinverbruikers.

Voor zakelijke grootverbruikers betekent dit dat een aansluiting op het TenneT-net (rechtstreeks via een 110 kV of hoger aansluiting) een aparte procedure kent, los van de regionale netbeheerder. Je dient je aanvraag direct bij TenneT in. Meer over de gevolgen voor bedrijven lees je in ons artikel over netcongestie en kosten voor bedrijven.

Interconnectie: buurlanden als buffer

Eén van de functies van het hoogspanningsnet is het koppelen van Nederland aan buurlanden. Via de interconnectoren met Duitsland en België kan stroom worden in- of uitgevoerd als dat goedkoper of noodzakelijker is dan lokale productie. De NorNed-kabel (2008) koppelt Nederland rechtstreeks aan Noorwegen, dat grote waterkrachtcapaciteit heeft.

Bij piekmomenten in zon- en windproductie exporteert Nederland regelmatig stroom met negatieve prijzen: producenten betalen dan om van hun stroom af te komen. Dat klinkt vreemd, maar het alternatief, het afschakelen van windmolens, is ook kostbaar. De interconnecties bieden dus een ventiel, maar ook die zijn niet onbeperkt: de kabels hebben een maximale capaciteit en in periodes dat buurlanden zelf ook veel zon- of windstroom hebben, werkt dit ventiel minder goed.

Wat heeft een huiseigenaar met zonnepanelen met TenneT te maken?

Direct: bijna niets. TenneT komt niet in actie bij een enkelvoudige teruglevering van 3.000 kWh per jaar van jouw zonnepanelen. Jouw regionale netbeheerder regelt dat. Maar indirect is TenneT de reden waarom die regionale netbeheerder soms geen capaciteit meer heeft. Als het transformatorstation dat jouw wijk voedt al op zijn limiet draait, kan de netbeheerder geen extra teruglevercapaciteit bieden, ook al heeft jij maar een klein systeem.

Wil je weten of netcongestie effect heeft op jouw teruglevering of op een nieuwe laadpaal? Kijk dan bij de netcongestiecheck op adres voor jouw specifieke situatie.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen TenneT en mijn regionale netbeheerder?

TenneT transporteert stroom op hoge spanning (110 kV en hoger) over grote afstanden. Jouw regionale netbeheerder (Liander, Enexis of Stedin) zet die stroom om naar lagere spanning en distribueert hem naar jouw aansluiting. TenneT heb je nooit direct contact mee als particulier of klein bedrijf.

Kan ik mij rechtstreeks aansluiten op het TenneT-net?

Alleen als je een zeer grote verbruiker bent die rechtstreeks op 110 kV of hoger aansluit. Ziekenhuizen, grote fabrieken en datacenters kunnen een aanvraag indienen bij TenneT. Een gewone huishouding of midden- of kleinbedrijf doet dit via de regionale netbeheerder.

Waarom lopen hoogspanningskabels bovengronds?

Op 380 kV is ondergrondse aanleg technisch complex en duurder. Bovengrondse lijnen zijn bovendien makkelijker te inspecteren en sneller te repareren bij storingen. Bij 110 en 150 kV kiest TenneT bij nieuwe verbindingen steeds vaker voor kabels in de grond, vanwege kortere afstanden en lagere kosten.

Wat is transportschaarste bij TenneT?

Transportschaarste ontstaat als de beschikbare capaciteit op het hoogspanningsnet niet genoeg is om alle aangevraagde transportcontracten te honoreren. TenneT moet dan prioriteren. Vanaf 1 januari 2026 geldt een aangepast prioriteringskader van de ACM dat maatschappelijk prioritaire aanvragen voorrang geeft.

Hoe lang duurt het om het hoogspanningsnet uit te breiden?

Gemiddeld 10 tot 15 jaar van eerste plannen tot ingebruikname. Dat omvat milieueffectrapportages, inspraakprocedures, vergunningverlening, aanbesteding en bouw. Een nieuw 380 kV-station is zelden sneller dan vijf jaar na goedkeuring gereed.

Kan TenneT netcongestie bij regionale netbeheerders oplossen?

Niet direct. TenneT en de regionale netbeheerders zijn gescheiden bedrijven. Als een lokaal middenspanningsstation overbelast is, is dat de verantwoordelijkheid van de regionale netbeheerder. TenneT investeert in de bovenliggende lagen, maar dat lost het lokale distributieprobleem niet automatisch op.

Benieuwd of het stroomnet vol is bij jou?

Check je adres Bekijk de kaart

Meer artikelen