← Alle artikelen

Energy hubs: samen netcongestie oplossen

22 mei 2026

Energy hubs: samen netcongestie oplossen

Op bedrijventerrein Hessenpoort bij Zwolle staat een 20 MW-batterij die eind 2024 in gebruik werd genomen. De achterliggende gedachte is niet ingewikkeld: de gezamenlijke bedrijven op dat terrein willen samen 400 MW aan zonne-energie en andere opwek realiseren, maar de bestaande transformatoren kunnen maximaal 90 MW aan. De uitbreiding naar 180 MW staat pas voor 2032 op de planning. Wachten tot die datum is geen optie als je nu wilt verduurzamen of uitbreiden. Vandaar de gezamenlijke batterij, vandaar de energy hub.

Dit is niet een verhaal over verre toekomstplannen. Energy hubs bestaan al, ze werken, en ze zijn in 2025 en 2026 door steeds meer bedrijventerreinen omarmd als praktische oplossing voor netcongestie. Dit artikel legt uit hoe een energy hub werkt, welke vormen er zijn, en wat er voor nodig is om er als bedrijf of gemeente aan deel te nemen.

Wat is een energy hub precies?

Een energy hub is een lokale samenwerking waarbij bedrijven (en soms ook woningen of maatschappelijke instellingen) gezamenlijk energie opwekken, opslaan en uitwisselen. Ze zijn verbonden via een intern netwerk, een zogeheten virtueel net of een gedeeld achternet, zodat stroom die het ene bedrijf opwekt direct beschikbaar is voor het andere, zonder dat die stroom helemaal via het openbare net hoeft te reizen.

Het resultaat: de gecombineerde piek op de hoofdaansluiting van het terrein daalt. Bedrijf A wekt om 12:00 uur flink zonne-energie op en heeft de stroom niet nodig; bedrijf B heeft precies dan een productiepiek. In een energy hub gaat die stroom van A naar B zonder tussenkomst van de netbeheerder. Dat spaart transportcapaciteit, verlaagt kosten, en maakt het net voor iedereen minder vol.

Volgens CE Delft kunnen energy hubs 3,3 tot 6,2 GW aan extra netverzwaring kunnen voorkomen. Dat scheelt miljarden aan infrastructuurinvesteringen en jaren aan vertraging.

Drie basisvormen

Niet elk energy hub-project ziet er hetzelfde uit. In de praktijk zijn drie hoofdvormen te onderscheiden.

1. Virtueel net

Bij een virtueel net delen bedrijven een gezamenlijke transportaansluiting op het openbare net, maar zijn ze intern verbonden via eigen kabels. De netbeheerder ziet slechts een aansluiting namens de hub; de interne verdeling regelen de deelnemers zelf. Schiphol Trade Park is het bekendste voorbeeld in Nederland: daar delen vijftien bedrijven al sinds 2022 elektriciteit via een gezamenlijk intern netwerk, waarmee zelfs bedrijven zonder eigen transportcontract kunnen aansluiten.

2. Gedeelde opslag

Een gezamenlijke batterij op het terrein absorbeert productiepieken van lokale opwek (zon, wind) en levert op verzoek terug aan deelnemers. Hessenpoort werkt op dit model met de 20 MW-batterij. Deelnemers betalen een bijdrage per kWh gebruik van de gedeelde opslagcapaciteit. De batterij fungeert ook als buffer voor congestiemanagement: op het moment dat de netbeheerder om ontlasting vraagt, levert de batterij tijdelijk aan het openbare net.

3. Multi-commodity hub

De meest uitgebreide vorm combineert elektriciteit met warmte, koude en soms ook waterstof. Op sommige bedrijventerreinen gaat restwarmte van de ene producent via een warmtenet direct naar de warmtevraag van een andere. Hoewel dit primair over warmte gaat, verlicht het ook de elektrische belasting: bedrijven die hun processen elektrisch zouden moeten verwarmen, hoeven dat niet meer als ze via de warmtehub al warmte ontvangen.

Wat maakt een energy hub juridisch mogelijk?

Tot voor kort zat de wetgeving de oprichting van een echte energy hub in de weg. De Elektriciteitswet stelde strenge eisen aan wie energie mocht transporteren en verkopen. Met de komst van de Energiewet (van kracht per 1 januari 2026) zijn meer mogelijkheden gecreeerd voor gesloten distributiesystemen en lokale energiegemeenschappen.

RVO heeft een juridische gereedschapskist gepubliceerd voor bedrijven die een energiehub willen oprichten. De drie meest gebruikte constructies zijn:

  • Gesloten distributiesysteem (GDS): een intern net dat niet openbaar hoeft te zijn, met een eigen beheerder die de distributie regelt. Dit is de structuur die Schiphol Trade Park gebruikt.
  • Energie-coöperatie: een rechtsvorm waarbij deelnemers gezamenlijk eigenaar zijn van de opwek- en opslaginstallaties en de baten verdelen.
  • Contractuele samenwerking: bedrijven maken afspraken over gedeeld gebruik van capaciteit zonder formele eigen netbeheerder, meestal via een aggregator of energiedienstenbedrijf als tussenpersoon.

Per 1 januari 2026 is PVB (Parkmanagement Verduurzaming Bedrijventerreinen) aangesteld als coördinator van het Kennisplatform Energy Hubs in Nederland. Via dat platform worden richtlijnen, modelcontracten en technische standaarden gedeeld die het oprichten van een hub aanzienlijk vereenvoudigen.

Wat levert deelname op voor een individueel bedrijf?

De financiele voordelen hangen sterk af van de omvang van de hub, de samenstelling van deelnemers en de lokale netcongestiesituatie. Globaal zijn er drie categorieën voordelen.

Ten eerste lagere transportkosten. Als de gezamenlijke piek op de hoofdaansluiting daalt, kan de contractcapaciteit van de hub lager worden ingesteld dan de optelsom van alle individuele contracten zou zijn. Die besparing wordt verdeeld onder de deelnemers.

Ten tweede toegang tot opwek en opslag die je als individueel bedrijf niet kunt betalen. Een batterij van 5 MW is voor een MKB-bedrijf financieel niet haalbaar, maar als twintig bedrijven elk een deel financieren, wel. Hetzelfde geldt voor windturbines of grotere zonnedaken op collectieve gebouwen.

Ten derde zekerheid over je aansluiting. Bedrijven die tot een erkende energy hub behoren, kunnen bij netbeheerders soms sneller geholpen worden of hebben betere toegang tot flexibele contractvormen, omdat ze als collectief een grotere betrouwbare flexibiliteitsbron vertegenwoordigen.

De rol van de netbeheerder

Netbeheerders staan doorgaans positief tegenover energy hubs, want ze verlichten de druk op het publieke net. Toch moeten hubs ook met de netbeheerder samenwerken: de aansluiting op het openbare net blijft nodig als back-up en voor situaties waarbij de interne productie of opslag ontoereikend is.

Liander, Enexis en Stedin bieden inmiddels specifieke producten voor bedrijventerreinen aan, waaronder collectieve transportcontracten en aansluiting van gesloten distributiesystemen. Kijk op de netcongestiekaart om te zien hoe vol het net bij jou in de buurt is. In gebieden met zware congestie zijn netbeheerders soms bereid mee te betalen aan de ontwikkeling van een hub, omdat het hen dure netverzwaring bespaart.

Uitdagingen en valkuilen

Energy hubs klinken aantrekkelijk, maar de praktijk vergt geduld. De opstarttijd van een hub varieert van twee tot vijf jaar, afhankelijk van de complexiteit, het aantal deelnemers en de juridische constructie. De drie meest voorkomende struikelblokken zijn:

  • Coördinatie tussen bedrijven: zonder een trekker of parkmanagementorganisatie valt het initiatief snel stil. Eens worden over wie welk risico draagt en hoe de kosten worden verdeeld, kost tijd.
  • Financiering van gedeelde infrastructuur: kabels, schakelstations en batterijen kosten geld. Zonder subsidie of een lange-termijn businesscase is het lastig om alle deelnemers over de streep te trekken.
  • Technische interoperabiliteit: als deelnemers verschillende EMS-systemen en energiebeheerplatforms gebruiken, is integratie niet vanzelfsprekend. Standaarden zoals OpenADR en CIM worden steeds vaker toegepast, maar zijn nog niet universeel.

Hoe begin je als bedrijf of parkmanager?

Wil je een energy hub starten of je aansluiten bij een bestaand initiatief op je terrein? Een paar praktische stappen om mee te beginnen:

  1. Breng de energieprofielen van geinteresseerde buurpanden in kaart. Complementaire profielen (zon op de een, grote vraag op de ander) maken een hub aantrekkelijker.
  2. Neem contact op met het Kennisplatform Energy Hubs via PVB voor modelcontracten en ervaringen van andere terreinen.
  3. Vraag bij je netbeheerder na of er op jouw terrein capaciteitsruimte is voor een collectief transportcontract of GDS-aansluiting.
  4. Verken subsidies: de SDE++, ISDE en regionale fondsen kunnen meefinancieren, zeker als de hub ook warmte of waterstof combineert.
  5. Bekijk op de netcongestiekaart hoe je regio ervoor staat, zodat je goed weet hoe urgent de situatie is bij de netbeheerder.

Veelgestelde vragen

Kan een energy hub ook voor kleinere bedrijventerreinen werken, niet alleen grote industrielocaties?

Ja. De schaal moet groot genoeg zijn om de investering terug te verdienen, maar er zijn succesvolle hubs met minder dan tien deelnemers. Een kantorenpand met een paar huurders en een gedeeld zonnedak is technisch gezien al een rudimentaire hub. De meerwaarde groeit als de deelnemers verschillende verbruiksprofielen hebben.

Wie beheert de energy hub en wie is verantwoordelijk als er iets misgaat?

Dat is een van de eerste dingen die je moet regelen. Veel hubs werken met een aangestelde energie-manager of schakelen een energiedienstenbedrijf in. De juridische aansprakelijkheid verschilt per constructie (GDS, cooperatie, contractueel). RVO en PVB bieden modelstatuten en verantwoordelijkheidsverdelingen die je als basis kunt gebruiken.

Moet ik mijn huidige energieleverancier en transportcontract opzeggen?

Niet per se. In de meeste constructies houd je een eigen aansluiting als back-up of word je via het GDS op het openbare net aangesloten. De hub regelt de interne verdeling. Je kunt je leveringscontract soms aanpassen naar een collectief inkoopcontract, maar dat is geen vereiste om mee te doen.

Hoeveel kost het om deel te nemen aan een energy hub?

De kosten bestaan uit een bijdrage aan de gedeelde infrastructuur (eenmalig) en een periodieke bijdrage voor beheer en gebruik. Die zijn sterk afhankelijk van de omvang van de hub. In bestaande projecten liggen de instapkosten voor een MKB-bedrijf tussen de 5.000 en 50.000 euro, maar de besparing op transportkosten, netboetes en gedeelde opwek maakt de terugverdientijd in de meeste gevallen aanvaardbaar.

Helpen energy hubs ook als de netbeheerder al aangeeft dat er voorlopig geen uitbreiding komt?

Ja, dat is juist de kern. Energy hubs zijn bedoeld als alternatief voor netverzwaring, niet als aanvulling erop. Als de netbeheerder zegt dat je aansluiting pas in 2029 of 2031 kan worden uitgebreid, geeft een energy hub je de mogelijkheid om al eerder meer capaciteit te gebruiken via de interne pool. Dat maakt een hub bijzonder interessant in de zwaarst getroffen congestiegebieden.

Benieuwd of het stroomnet vol is bij jou?

Check je adres Bekijk de kaart

Meer artikelen